jeugd@lycurgus/ januari 22, 2018/ Verslagen

Maandagavond 15 januari organiseerden wij de eerste, van hopelijke vele, ‘train de trainer’ bijeenkomst. Hierbij waren niet alleen onze eigen leden, maar ook trainers en coaches van Voklubol en Grijpskerk en Ruud Schuurmans van de NeVoBo aanwezig. De avond bestond uit een onderdeel theorie, door Arjan Taaij, en praktijk, door Abe Meininger. Beiden ‘grootheden’ in de Groningse en (inter)nationale volleybalwereld, die geen introductie behoeven. (Als u nu toch denkt “Wie?!”: http://www.lmgtfy.com/?q=Arjan+Taaij+en+Abe+Meininger)

 

De bevlogenheid van de hoofdcoach van onze grootmacht is algemeen bekend, aan fanatieke bewegingen aan de kant of geëmotioneerde interviews na topprestaties geen gebrek. Met bijna dezelfde passie vertelde Arjan Taaij over de analyses en statistieken binnen het volleybal. Hij begon zijn verhaal met het beschrijven van referentiekaders waarbinnen hij en zijn staf bij Lycurgus Heren 1 te werk gaan. Taaij: “Je kunt geen training geven of coachen zonder referentiekader, zonder dat je een beeld hebt van hoe jij over volleybal denkt.” Dat Taaij zelf uitzonderlijk goed weet hoe hij over volleybal denkt, bleek wel uit zijn presentatie.

 

Daarbij liet hij ook de doelstellingen van Heren 1 voor dit seizoen zien. Taaij: “Dit is natuurlijk leuk voor het publiek, maar harde doelstellingen doen mij weinig. Ik ben veel meer bezig met het programma eromheen, de voorwaarden creëren zodat spelers kunnen bloeien en door kunnen groeien. Prijzen winnen is natuurlijk wel leuk, begrijp me niet verkeerd.” En met die prijzen winnen is Taaij ook best serieus bezig, te merken aan het aantal keren dat hij ons op het hart drukte informatie ‘niet verder te vertellen aan Orion’.

 

Taaij liet ons niet alleen zien hoe professioneel Heren 1 georganiseerd is, maar introduceerde ook belangrijke pijlers voor de heren. Hij introduceerde PIFT, dat doet u misschien denken aan ‘TIPS’ van Louis van Gaal, en inderdaad; van Gaal is geïnspireerd geraakt door Taaij en consorten. De precieze betekenis van de afkorting houd ik exclusief voor de aanwezigen van maandag, maar ik wil u wel verklappen dat er zowel een fysiek als mentaal aspect in verwerkt is. Gek genoeg zijn zowel fysieke als mentale training geen pijlers binnen het programma van de NeVoBo. Een interessant gegeven, want kunnen we zonder die belangrijke onderdelen wel meedingen voor de prijzen? Volgens Taaij wel: “We kunnen gewoon olympisch kampioen worden, want de kwantiteit is niet anders dan 20 jaar geleden.”  Over kwaliteit werd voor het gemak even niet gerept.

 

Natuurlijk maakt Taaij tijdens wedstrijden niet alleen beslissingen op basis van de veelbesproken statistieken. Ook de mentale kant wordt binnen het vlaggenschip belicht en professioneel ondersteund. Wel is hij helder over de waarde van statistieken. Taaij: “Ze niet gebruiken, vind ik naïef, omdat we ook internationaal weten dat je er (deels) wedstrijden mee kan winnen.” Een voorbeeld is een specifiekere analyse, waarbij iemand opmerkte dat niemand deze doet in Nederland, en zelfs weinig internationaal. Taaij: “Klopt, daarom zijn wij ook kampioen geworden.” Helder verhaal, zou je zeggen. Toch schijnen er in de Nederlandse competitie nog wel coaches te zijn die ‘niet zoveel met de statistieken hebben’…

 

Nu hebben wij niet allemaal een topscout die tot half 2 ’s nachts wedstrijdbeelden analyseert, en  daarom eindigde Taaij zijn presentatie met een aantal praktische tips. Wist u bijvoorbeeld dat een team ongeveer 2 tot 2,5 rotaties draait in een set? Aan de hand daarvan kun je dus bijvoorbeeld je sterke serveerders opstellen. En wist u dat kaatsen niet alleen een Friese sport is, maar dat spelverdelers op een lager (lees: niet-eredivisie) niveau dat ook vaak doen? Dit houdt in dat ze set-ups vaak aan die kant van het veld geven, waar de pass ook vandaan kwam. Daar kan je dan weer rekening mee houden in (de coaching van) je blokkering.

 

Voldoende stof tot nadenken voor de aanwezige trainers dus. Maar ook als het je allemaal even wat te veel is, je scout ziek is, de tegenstanders plotseling met vijf man gaan spelen, die spelverdeler niet kaatst, of Henk P. je video’s niet aan de praat krijgt – ook dan heeft Taaij een oplossing. Wat niet kan, is immers nog nooit gebeurd.

 

Na een bakkie koffie en wat zoetigheid, gingen we door met het praktische gedeelte onder leiding van Abe -de volleybalencyclopedie- Meininger. Hij besprak vaardigheden binnen verschillende leeftijdsgroepen en deed met behulp van onder andere Ieke en Mia uit ons MA1 enkele oefeningen voor. Allerlei leuke trainingsvormen voor kinderen onder 9 jaar kwamen langs, met behulp van onder andere rollen, ballonnen, tennisballen, estafettevormen en hoepels. Daarna kwamen iets complexere vormen aan bod voor wat oudere jeugd, inclusief hondenballen in sokken (u had erbij moeten zijn).

 

Een toptrainer is natuurlijk geen toptrainer zonder de nodige baanbrekende en soms wat onconventionele gedachten over volleybal. Zo zijn er volgens Meininger eigenlijk 7 basistechnieken, geen 6. U kent allemaal pass, aanval, etc. (oefening voor thuis: kom tot 6), maar de allereerste en belangrijkste techniek is: lezen. Voor de volleybal-talentlozen onder ons die nu opgelucht met een boek op de bank zijn gaan zitten in de veronderstelling dat ze toch nog het Nederlands team gaan halen, heb ik slecht nieuws. Het gaat om het lezen van de balbaan, kijkrichting van serveerder en bewegingen van tegenstanders en medespelers.

Ook deed Meininger stellige uitspraken over de pass-opstelling. Na enkele terecht kritische vragen, gooide Meininger er een ‘Cruyffje’ in: “Dat kan natuurlijk niet altijd. Het kan alleen als het kan.” En dat is natuurlijk ook zo. Je moet wel schieten, anders kun je niet scoren. Zoals we weten, zijn er talloze visies op volleybal. Meininger, ondersteund door onder andere (vrouwen) eredivisie-trainers: “Pepperen en vlinderen zijn geheel overschatte oefeningen”. Toch gebeurt dit nog heel vaak, stof om over na te denken voor de aanwezige trainers dus.

 

De overkoepelende boodschap van beide heren was, als ik goed heb opgelet (ik was wel wat laat en onder de invloed van 3 Kinder Bueno’s): Zorg dat je een bepaald beeld voor ogen hebt, wat vind jij belangrijk in het volleybal dat je team laat zien. Of dat nu de visie van anderen is of door jou zelf ontwikkeld, werk vanuit die visie, dat is je kader voor alles wat je verder doet wat betreft coachen en training geven. Het gaat om het creëren van een eigen ideaalbeeld.


Volgens ons was het een leerzame en leuke avond. Wij zijn van plan hier een jaarlijks evenement van te maken en zijn dan ook erg benieuwd naar de ervaringen van de aanwezigen! Mocht je ons feedback willen geven over deze avond of interesse hebben in volgende bijeenkomsten, zijn wij het beste te bereiken via jeugd@lycurgus.eu

AB

 

Share this Post